Sonia Gaskell: gelaagde pas-de-deux

Vandaag staat in De Volkskrant een lyrische bespreking van het boek dat onder mijn redactie zojuist is verschenen: Rudi van Dantzigs Herinneringen aan Sonia Gaskell. ‘Een intrigerend boek,’ noemt recensent Ariejan Korteweg het. ‘Via Gaskell portretteert Van Dantzig ook zichzelf. Als een grote aarzelaar, die zijn leven lang zou twijfelen of hij wel gemaakt was voor de danskunst.’
indexIn mijn nawoord bij het boek schrijf ik dat het oorspronkelijke manuscript op drie gedachten hinkte: “Het was een biografie, een levensschets misschien, van Sonia Gaskell. Maar het was ook een boek over Sonia en Rudi, een persoonlijk boek, waarin zowel Van Dantzigs onmetelijke bewondering voor ‘Mevrouw’ naar voren kwam, alsook de ruzies, de wrijvingen en de verwijdering. En het was een poging tot geschiedschrijving van een belangrijke episode in de geschiedenis van het ballet in Nederland: de diverse balletgezelschappen, de onderlinge wrijving die uitliep op wat de ‘balletoorlog’ werd genoemd, de oprichting van het Nederlands Dans Theater en Het Nationale Ballet, en de rollen die Sonia Gaskell en Rudi van Dantzig zelf in die gezelschappen vervulden.”

Toen Rudi van Dantzig stierf, januari vorig jaar, liet hij een onvoltooid manuscript achter waar hij jaren mee geworsteld had. De Arbeiderspers wilde het graag uitgeven, en heeft mij gevraagd het te bewerken tot een publicabel boek. Ik heb ervoor gekozen bij de bewerking de nadruk te leggen op de persoonlijke verhouding tussen Sonia Gaskell en Rudi van Dantzig, en er een memoir van te maken in de goede Angelsaksische traditie. De titel Mevrouw en ik die ik daarvoor bedacht had, is uiteindelijk gesneuveld. De Volkskrant schrijft: ‘Voor een boek dat als een gelaagde pas-de-deux reliëf geeft aan twee fascinerende karakters, had het niet misstaan.’

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Sonia Gaskell: gelaagde pas-de-deux

Nieuwe voorzitter VSenV – interview in Boekblad

Maria Vlaar: ‘Ik wil laten zien wat de schrijversgroepen gemeen hebben’

11 juni 2013 Wouter de Vries

INTERVIEW – Maria Vlaar is de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV). Ze wil graag de gezamenlijke belangen van de verschillende afdelingen voor het voetlicht brengen – ook die van de educatieve schrijvers, die binnenkort waarschijnlijk een eigen afdeling zullen krijgen binnen de VSenV.

Maria VlaarMaria Vlaar (Copyright: Hannie van Herk)

Was het al langer uw ambitie voorzitter te worden van de VSenV?
‘De benoeming kwam vrij onverwacht. Ik ben nog maar kort freelancer, zo’n anderhalf jaar, en dacht: ik moet mijzelf eerst bewijzen als freelancer voordat ik lid word van de FreeLancersAssociatie. Dat heb ik vorige maand gedaan en ondertussen werd ik gevraagd voor het voorzitterschap. Het lijkt me erg leuk om te doen en ik denk dat ik mijn ervaring in de uitgeverijwereld en met het ministerie kan inzetten voor de vereniging.’

De VSenV bestaat uit drie afdelingen, hoe gaat u die leiden?
‘Ik wil niemand voor de voeten lopen, maar het lijkt mij heel aardig om te zien wat de beroepsgroepen gemeen hebben. De vereniging heeft drie verschillende afdelingen die behoorlijk zelfstandig functioneren en een eigen geschiedenis hebben: de Vereniging van Letterkundigen, de FreeLancersAssociatie en het Netwerk Scenarioschrijvers. Binnenkort wordt de vereniging waarschijnlijk uitgebreid met een vierde groep, die van de educatieve auteurs – daarover moet nog in een vergadering besloten worden, maar wij verwelkomen ze zeer.’

U wilt de gezamenlijke belangen onderstrepen – om welke belangen gaat het?
‘De veranderingen in de uitgeverij- en mediawereld, de kunstbezuinigingen, digitalisering, auteursrecht – dat zijn ontwikkelingen die op alle vier de groepen betrekking hebben. Ik denk dat het heel belangrijk is steeds weer te laten zien wat het effect van deze ontwikkelingen is op alle vier groepen makers – die helemaal aan het begin van het proces staan, maar als het om het afrekenen gaat, regelmatig aan het eind van het proces staan. Ik freelance zelf nog maar kort, maar er zijn freelancers die merken dat de tarieven ontzettend gedaald zijn. Schrijvers hebben een soortgelijk probleem: dalende oplagen, minder opbrengsten, afnemende subsidies. Ik denk dat er veel dingen zijn die voor alle vier soorten schrijvers gelden. Het is mijn taak om te kijken wat we van elkaar kunnen leren.’

Hoe zal uw voorzitterschap er in de praktijk uitzien?
‘We hebben het ingeschat op ongeveer vier dagdelen, twee dagen per maand. Directeur Herman Geertsen stuurt het bureau aan, elke vereniging heeft een apart bestuur, rondom mij zit ook een bestuur – de portefeuilles gaan we volgende week verdelen. De aparte besturen zijn heel actief, organiseren veel workshops en expert meetings. Gelukkig hoef ik het allemaal niet in mijn eentje te trekken, er zijn veel mensen die zich voor de vereniging inzetten.’

Welke ervaring kunt u gebruiken bij de VSenV?
‘Ik ken de uitgeverijwereld heel goed, en heb vanuit het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds te maken gehad met alle clubs die zich bewegen in het letterenveld, óók met organisaties die mede opgericht zijn door de Vereniging van Letterkundigen, zoals de Lira en de SSS. Ik loop lang in het boekenvak rond, ken die organisaties goed, en denk dat ik die kennis goed kan inzetten.’

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe voorzitter VSenV – interview in Boekblad

A.F.Th. van der Heijden

Vandaag staat in De Standaard mijn grote interview met A.F.Th. van der Heijden. Zijn bedachtzame zinnen werken af en toe als dieptebommen. Een voorproefje: als hij vertelt dat hij zich ‘over alles schaamt’, vraag ik hem of dat als een depressie te kenmerken is. Zijn antwoord: ‘Daar ben ik me van bewust. Maar ik wens het pas als een depressie te beschouwen als het me van mijn werk zou houden. Ik klamp me juist vast aan mijn werk. De verschaming heeft vooralsnog tot opzweping geleid, opjaging van kwaliteit en kwantiteit. Ik wil sterker terugkomen. En dan zeg ik: Tonio, je had er niet voor dood hoeven gaan, maar nu het gebeurd is ga ik het maar zo aanpakken.
Ik ben na Tonio’s dood verslaafd geraakt aan die dagelijkse productie, die moet hoog zijn, dan voel ik me goed. Je ontwikkelt rituelen en verdedigingsmechanismen om te overleven. Je krijgt er de jongen niet mee terug, maar het scheelt tegen de chaos die het verdriet zelf al is, als er om je heen orde is. Verdriet, verlies, daar zit geen enkel systeem in. Net als bij de verschaming bedienen ze zich van willekeur. De dam daartegen is de discipline van het dagelijks leven.’
Voor het hele interview: http://www.standaard.be/cnt/DMF20130606_00613348
helleveeg

Voor de liefhebbers van De tandeloze tijd: in De helleveeg, dat gisteren uitkwam, voert de schrijver als nieuw personage een zoontje van Albert Egberts op, Thjum. Naamgenoot van Alberts jeugdvriend Thjum, die in Napels is gestikt in een masker van gips tijdens een kunstproject. Van der Heijden daarover: ‘Ja, de ingewijde lezer herkent die naam meteen! Albert Egberts is vader geworden, en ook stiefvader. Ik ga nu met de vertelling de eenentwintigste eeuw in; dat is nieuw. Het grijpt terug op de jaren ’50 en ’60, maar aan de andere kant trek ik het door tot in 2006.’

Geplaatst in Interviews, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor A.F.Th. van der Heijden

Hip Berlijn

In Boekblad verscheen mijn reportage over vier innovatieve boekhandels in Berlijn:

Artikel_Boekhandel_berlijn

Klik op bovenstaande link om de pdf te openen en lees over de boekhandels Uslar & Rai, Dialogue, Buchhandlung Moritzplatz en Ocelot. De eerste Nederlandse boekhandeltoeristen met dit artikel in de hand zijn al gesignaleerd in Berlijn, meldde een van de boekhandelaren!

Geplaatst in Artikelen, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Hip Berlijn

A.F.Th. en de P.C. Hooftprijs

Gisteren ontving A.F.Th. van der Heijden tijdens een ingetogen maar feestelijke bijeenkomstP.C. Hooftprijs in het Letterkundig Museum de P.C. Hooftprijs uit de handen van voorzitter Gemma Nefkens. Theo Loevendie speelde prachtig op de sopraansaxofoon in een stuk dat hij speciaal voor de gelegenheid componeerde. Rob Schouten hield een mooie lofrede die begon met de zin ‘Ik ben een fan.’ Samen met Rudi Wester, Arnold Heumakers, Xandra Schutte en Thomas Verbogt zat ik dit jaar in de jury. Hieronder volgt het juryrapport:

Juryrapport P.C. Hooftprijs 2013

‘Daar. Daar zit je dan – domme, dwaze jongen.’ Deze zin, die zijn moeder tegen hem zei toen hij een kind was, is een haarscherpe herinnering van de schrijver die naar de mening van de jury met de P.C. Hooftprijs 2013 onderscheiden dient te worden. ‘Ik herinner me: ik ben. Ik ben: ik herinner me. Ik herinner mezelf. Ik ben herinnering.’ Het is het geheugen, zijn eigen geheugen, dat hem maakt tot de grote schrijver die hij is.
Alle gebeurtenissen uit zijn leven, wat gezegd en niet gezegd is, hoe het licht door de bomen op het water valt, en wat daar allemaal wel en juist niet bij gevoeld is, heeft hij onthouden. Een ijzersterk geheugen – daar is hij mee behept en gezegend. En veel van wat hij onthouden heeft, is uiteindelijk opgeschreven, want bij hem moet alles taal worden. Om te kunnen bestaan, moet hij zijn geheugen overgieten in taal. Daarmee wilde hij ver spreken, en ver spreken deed hij, en zal hij ongetwijfeld blijven doen. Hij heeft de dagelijksheid en de onbenulligheid van het leven door zijn stoutmoedige stijl intens kunnen verbinden aan het hogere: niet aan een god, maar aan betekenis. Op de meest dramatische momenten blijft hij de details zien, zoals de blik van de stervende op het polshorloge.

A.F.Th. van der Heijden is een geboren schrijver, een schrijver van nature. Hij groeide op in de jaren vijftig, in het versteende katholieke zuiden. Daar lag alles vast, gebruiken, rituelen, onbegrepen en geheimzinnige verbanden tussen mensen, voorwerpen en voorvallen, die voor een kind een raadsel zijn. Door alle details te onthouden en later in taal te voegen, konden die verbanden ontraadseld worden.
Maar met de ontraadseling groeide ook de behoefte aan beweging: los te komen van het geboortedorp, vrij te worden van god. Van de provincie naar de hoofdstad – ‘beweging’ wordt een sleutelwoord voor het eerste deel van zijn oeuvre, de cyclus De tandeloze tijd. Dat de Amsterdamse vrijheid voor Albert Egberts ook verslaving en ellende met zich meebracht, is deel van die beweging, en moet vervolgens net zo goed in taal gevat worden. ‘Het hek van de fictie is nu van de dam.’
Rond zijn vijftigste verjaardag – met de getalssymboliek zit het wel goed bij deze schrijver – is A.F.Th. van der Heijden iets geheel nieuws begonnen: de nu nog onoverzichtelijke cyclus Homo Duplex. Die gaat niet meer over vrijheidsdrang, maar zegt toch, net als de voorafgaande boeken, alles over de tijd waarin wij leven. De kracht van rituelen, met hun bezwerende werking, is gebleven. Hij zoekt de klassieke tragedie in het huidige menselijke gewemel, dat door geweld, platheid en goddeloosheid wordt gedomineerd. In De Movo Tapes daalt hij af in het ‘riool van de geschiedenis’. Al het mogelijke kan nu een plaats krijgen in zijn literaire universum. Voor iedere eigenschap, van hemzelf of van de samenleving, kan een nieuw personage het vehikel worden. In zijn oeuvre wordt ‘fictie over fictie’ werkelijkheid.

Zo beroemd als het bed van Marcel Proust is, waar hij zijn hele universum in gedachten opriep, zo legendarisch zijn inmiddels ook de zeven bureaus van A.F.Th. van der Heijden. De werkelijkheid ontstaat in zijn werkkamer. In zijn literatuuropvatting is hij ‘een god’ in het diepst van zijn gedachten. In dit hyperromantische kunstenaarsbestaan zijn leven en literatuur één. ‘Nu ik dit opschrijf, een schrijvende instantie ben, kan ik mezelf één persoon voelen, die het over twee ‘anderen’ heeft,’ schreef hij over zichzelf, de drinker in de avond en de drinker in de ochtend. De dubbele mens; in het schrijven wordt hij heel.
Zelf typeerde hij zijn werk eens als volgt: ‘Over elke splinter van Christus’ kruis hebben ze een kerk gebouwd. Misschien zal mijn hele manuscript straks uit snippers bestaan en over de aarde verspreid zijn.’ Hij bedoelde het pessimistisch, en stelde voor over de snippers bejaardenhuizen in plaats van kerken te bouwen, maar het beeld van één groot stuk hout, dat in splinters verdeeld is maar toch bijeen hoort, en dat alleen tezamen zijn volledige zegging en betekenis onthult, is een sterk beeld voor zijn oeuvre.
Die snippers zijn de cyclusromans die de tijd duiden, en requiemromans die op grootse wijze de verlorenen oproepen en terughalen uit de onderwereld, zoals Asbestemming en Tonio. Het zijn essays over literatuur en schrijven, losse romans, verhalen en novellen, en brieven. Die brieven, het moeten er inmiddels duizenden zijn, zijn nog goeddeels ongepubliceerd, maar dat is allemaal yet to come.
Zijn werken, inmiddels bijna dertig boektitels, zijn één werk. Uit het een groeit het ander, en soms is een nieuw boek nodig om een vorig boek te begrijpen. En soms is een boek zelfs dan niet helemaal te begrijpen; dat zijn de boeken die de zoektocht naar betekenis zélf belichamen, en de lezer op zoek laten gaan naar die betekenis. Niet dat de schrijver een spelletje speelt met zijn lezers; daar is hij te serieus voor.
Hij wisselt virtuoos van register, springt van verleden naar toekomst, voert een onafzienbare stoet kleurrijke personages op, stammend uit Brabantse arbeidersmilieu’s tot aan mythologische geslachten. Zijn stijl is ongeremd en retorisch, kent weinig beperkingen en barst soms bijna uit zijn eigen zinsverband. Hij bepleit de ‘schittering’, en zelfs de ‘schittering van overbodigheid’ en heeft de beschrijvingskunst in de Nederlandse literatuur tot grote hoogten gebracht. Op tactiele wijze beschrijft A.F.Th. van der Heijden de kleinste details, die de grootste emoties kunnen oproepen. Zijn stijl lijkt elektrisch geladen en is als een enorme en nauwelijks rationeel te bevatten natuurkracht die toch beheerst zijn doel bereikt. Door de weidsheid van zijn blik op zijn onderwerp, meestal de mens, en de op het eerste oog soms omtrekkende bewegingen van zijn pen, weet de schrijver overweldigende caleidoskopische beelden op te roepen.
De vermetelheid van zijn stijl wordt ook in Duitsland gezien: Der Tagesspiegel beschreef hem als ‘Ein Saft- und Kraftgenie, wie Holland es seit dem Barock nicht mehr hatte.’ Sinds de Barok! Dat zal P.C. Hooft deugd doen. Dat Saft zowel naar de vier levenssappen als naar ‘sperma’ verwijst, is mooi meegenomen.

Nooit is hij ergens overheen gekomen; ín hem zitten al zijn eerdere fysieke en geestelijke gedaantes, die hij tot leven kan wekken door zijn ogen te sluiten en de pen ter hand te nemen. ‘Een schrijver, als u het mij vraagt, en dan weer de schrijver in de huid en met de ogen van het kind.’ Dat is wreed, want je zou willen dat hij over sommige gebeurtenissen in zijn leven wél heen zou kunnen komen. Voor hemzelf.
A.F.Th. van der Heijden is immens aanwezig in de Nederlandse letteren, maar ontving nog niet de hoogste literaire onderscheiding van Nederland. Die krans van ‘haaievinnen van donkere laurierbladeren’ zou hem nu te beurt moeten vallen. ‘Wie geen goud heeft, moet goud zoeken, of zich toeëigenen,’ schreef hij ooit. Of: goud krijgen.
Omdat hij deze tijd waarin wij nu leven en lezen, taal en betekenis heeft gegeven, draagt de jury van de P.C. Hooftprijs 2013 voor verhalend proza met volle overtuiging A.F.Th. van der Heijden ter bekroning voor.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor A.F.Th. en de P.C. Hooftprijs

Jury Frans Kellendonk-prijs

frans kellendonkNamens de Stichting Frans Kellendonk Fonds ben ik toegetreden tot de jury van de driejaarlijkse Frans Kellendonk-prijs, die wordt toegekend door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De andere juryleden zijn Ton van Kalmthout en Jasper Henderson. Eerdere prijswinnaars zijn Arnon Grunberg, M. Februari en Dirk van Weelden.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Jury Frans Kellendonk-prijs

Tommy Wieringa won de LIBRIS prijs

Tommy-Wieringa

René Koster Photography

voor zijn roman Dit zijn de namen, en ik mocht hem de dag daarna interviewen voor De Standaard. Hij was nog helemaal euforisch. Aanstaand weekend verschijnt het interview in de weekendbijlage (dus niet in de letterenbijlage) van de krant. Een voorproefje: ‘Mijn boek had eerst een andere titel, De laatste Jood. Een fantastische titel. Maar ik was op een schrijverscongres in het Engelse Norwich, met grote schrijvers als John Coetzee en Tim Parks. Ik kwam terug in een soort gewijde stemming en dacht: die titel is te provocatief. En dat bedóelde ik niet. Vlak voordat het boek uitkwam zat ik dus zonder titel. Precair probleem. Mijn vrouw is advocaat. Ik kan iedere schrijver aanraden een advocaat te trouwen: zuiverheid in redenering, rationeel en analytisch. Echt verrukkelijk. Zij vroeg me toen: wat is eigenlijk de eerste zin van het Bijbelboek Exodus? ‘Dit zijn de namen.’ En     dan komt de hele lijst met geslachtsnamen. En dat was hem. De titel staat voor de migranten, op zoek naar een beter bestaan, maar ook voor de naamloze joden uit Brody, Odessa, Lemberg, etcetera, die tot op de laatste man, vrouw en kind zijn uitgeroeid en verjaagd.’
De Libris-nominaties werden door mij gewikt en gewogen in de Letterenbijlage van De Standaard. Wie wint de Librisprijs 2013? Te lezen via http://www.standaard.be/cnt/DMF20130502_00564064

Geplaatst in Interviews, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Tommy Wieringa won de LIBRIS prijs

Karen Armstrong en Michaïl Sjisjkin

karen-armstrongAfgelopen weekend heb ik schrijfster en religiehistorica Karen Armstrong mogen interviewen; ze was uitgenodigd voor een bijeenkomst in de Domkerk in Utrecht. Ik sprak haar over haar boeken, haar opvattingen en haar leven. Een opmerkelijke uitspraak: ‘Jezus zou een verschrikkelijke tijd hebben in de media. ‘Jezus zegt: verlaat je vrouw en kinderen en volg mij.’ Zie je de krantenkoppen al?’ Compassie is haar nieuwste thema: ze houdt een pleidooi voor meer compassie in het dagelijks leven en in de wereldpolitiek. Nu werkt ze aan een boek over geweld, onthulde ze. Het was een memorabel interview, binnenkort te lezen in De Nieuwe Liefde en in De Standaard.

En ik ben nog helemaal vol van Onvoltooide liefdesbrieven van de Rus Michaïl Sjisjkin. Wat Sjisjkineen boek! Michaïl Sjisjkin (1961) is de belangrijkste Russische schrijver van zijn generatie. Hij woont in Zwitserland en levert als journalist regelmatig kritiek op de regering van Poetin. Onlangs noemde hij de Russische staat ‘een piramide van dieven, die mensen wegens hun politieke overtuigingen opsluit’.
In Onvoltooide liefdesbrieven schrijven Sasja, verpleegster in Moskou, en Volodja, Russisch soldaat in de Chinese Bokseroorlog van 1900, elkaar over hun leven en hun liefde voor elkaar. Hun verlangen naar elkaar trotseert alle tijdsverloop; Volodja schrijft over de dood heen. Een roman die hoofd, hart en buik aanspreekt en de lezer verbluft en ontroert. Naar de boekhandel!
Binnenkort is mijn recensie te lezen in De Groene Amsterdammer.

Geplaatst in Interviews, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Karen Armstrong en Michaïl Sjisjkin

Wat een geweldig literatuurfestival!

Mircea Cartarescu - Erwin Mortier - Maria VlaarHet Passaporta festival in Brussel was, ondanks het winterse weer en de sneeuwstorm, een geweldig succes. Overal waar ik kwam volle zalen en een zeer geïnteresseerd publiek. De grote concertzaal in BOZAR puilde uit bij het slotakkoord, een zinderend interview met de eloquente Julian Barnes.

Ik mocht twee dubbelgesprekken leiden: een met de Roemeense schrijver Mircea Cartarescue en Erwin Mortier (hierboven). Het werd een prachtig gesprek over schrijven, de verbeelding van de hemel, God en de werkelijkheid.

En een vrolijk gesprek over onder andere echte en mythische bomen op IJsland met Sjón en Auður Ava Ólafsdóttir. Audur Olafsdottir-Maria Vlaar-Sjon (c) Eva Wincqvist
IJslanders kennen allemaal de Edda, een prachtige oude rijmtekst. Uit het Lied van  Voluspa:

An ash I know, | Yggdrasil its name,
With water white | is the great tree wet;
Thence come the dews | that fall in the dales,
Green by Fate’s well | does it ever grow.

Thence come the maidens | mighty in wisdom,
Three from the dwelling | down ‘neath the tree;
Past is one named, | Present the next,–
On the wood they scored,– | and Future the third.
Laws they made there, and life allotted
To the sons of men, and set their fates.

Geplaatst in Interviews on stage, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Wat een geweldig literatuurfestival!

Berlijn – nieuwe inspiratie dank zij Goethe Institut

Twee weken lang mocht ik in Berlijn verblijven, op uitnodiging van het onvolprezen Goethe Institut. Een geweldig inspirerende stad. Hoogtepunten: de tentoonstelling van Martin Honert in het Hamburger Bahnhof Museum für Gegenwart: fotografische beelden uit Honerts denkwereld en verleden, in driedimensionale sculpturen gevat. Uslar & RaiVerder las ik onder andere dé bestseller van dit voorjaar in Duitsland: Er ist wieder da van Timur Vermes, over de terugkeer van Hitler in Kreuzberg. Hier de link naar de recensie die ik erover schreef voor De Groene Amsterdammer: http://www.groene.nl/2013/10/het-moet-wel-ironie-zijn.
Voor Boekblad schreef ik een artikel over vier nieuwe, innovatieve boekhandels in Berlijn, waaronder Uslar & Rai in Prenzlauer Berg, hier op de foto. Het nieuwe adagium: zo persoonlijk mogelijk, en héél selectief zijn. Het artikel verschijnt in het aprilnummer van Boekblad.
Voor alle boeken die ik kocht of kreeg van bevriende uitgevers moest ik een extra tas aanschaffen; het weggeven van een e-book aan het einde van een gesprek of dinertje is toch nog te ingewikkeld. Hoe lang zal het duren voordat dat gewoon wordt? Intussen kan ik van de mooie omslagen, de fraaie druk- en bindwijze en lekkere papiergeur van de Duitse hardcovers intens genieten…

Geplaatst in Artikelen, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Berlijn – nieuwe inspiratie dank zij Goethe Institut