A.F.Th. van der Heijden wint P.C. Hooftprijs

Van der Heijden: ‘Deze prijs is een nieuw begin!’

De schrijver A.F.Th. van der Heijden heeft de P.C. Hooftprijs voor verhalend proza 2013 gewonnen, de meest prestigieuze literaire prijs van Nederland. ‘Het is heerlijk om hierdoor overvallen te worden,’ reageerde de schrijver per telefoon. ‘Om niet heel lang aan het lijntje te worden gehouden met longlists en shortlists, zoals bij de andere prijzen, maar gewoon te horen dat je uitverkoren bent.’ Nadat hij maandag aan het begin van de avond gebeld werd dat hij de prijs kreeg – ‘ik zat net Chopin te luisteren’ – vierde hij zijn uitverkiezing met champagne en kaviaar. ‘Dat had ik toevallig in huis.’
Van der Heijden schreef de romancyclus De tandeloze tijd en begon na de eeuwwisseling met een nieuwe romancyclus, Homo duplex. Tussendoor schreef hij losse romans, onder meer het indrukwekkende Tonio, over de rouw om zijn zoon, die in 2010 bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Allerlei gebeurtenissen uit het leven van de schrijver komen in zijn werk terug: zijn katholieke jeugd in Brabant, zijn studententijd in Nijmegen en zijn verhuizing naar Amsterdam. Advocaat van de hanen speelt zich af in het Amsterdamse krakersmilieu. Het juryrapport noemt hem ‘een geboren schrijver’. Dat Van der Heijden de prijs wint, komt niet als een verrassing; hij gold al jaren als kanshebber.
De P.C. Hooftprijs bestaat sinds 1947. In dat jaar werd op 21 mei de 300ste sterfdag van Pieter Corneliszoon Hooft herdacht, de Nederlandse schrijver uit de Barok. Rond diens sterfdag zal de prijs à € 60.000 worden uitgereikt. De prijs wordt jaarlijks toegekend, afwisselend voor essayistiek, poëzie en proza, en kent een roerige geschiedenis. In 1985, toen de staatsprijs nog onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen viel, weigerde toenmalig minister Eelco Brinkman de prijs toe te kennen aan columnist Hugo Brandt Corstius, omdat die te ‘kwetsend’ zou schrijven. Brinkman is nu voorzitter van de Eerste-Kamerfractie van de christen-democratische partij CDA. De jury trad af en de prijs werd voortaan uitgereikt onder auspiciën van een stichting, die is ondergebracht bij het Letterkundig Museum in Den Haag.
W.F. Hermans weigerde de prijs in 1971 wegens onenigheid over de hoogte van het bedrag; Jan Wolkers weigerde in 1988 omdat hij vond dat hij de prijs ‘te laat’ kreeg. Het beroemdste moment bij een uitreiking was in 1968, toen Gerard Reve de vrouwelijke minister Marga Klompé een zoen gaf; een opzienbarende geste die nog vaak op televisie is vertoond.
De jury prijst A.F.Th. van der Heijden om zijn ‘ongeremde, retorische stijl’ en de A.F.Th. van der Heijden‘caleidoscopische beelden’ die hij daarmee weet op te roepen. ‘Hij heeft deze tijd waarin wij nu leven en lezen, taal en betekenis gegeven,’ aldus het juryrapport.
Sinds het overlijden van zijn zoon heeft de schrijver zich enigszins teruggetrokken uit het openbare leven. Voor de uitreiking van de prijs wil hij graag naar Den Haag komen, in tegenstelling tot een jaar geleden, toen hij de Constantijn Huygensprijs kreeg. ‘Toen was ik heel wat neerslachtiger dan nu,’ legt hij uit. Bizar toeval wil, dat de uitreiking op 23 mei 2013 samenvalt met de sterfdatum van Tonio, drie jaar geleden, en met het verschijnen van het boek, twee jaar geleden. ‘Maar nu kan ik het wel aan, denk ik.’
‘Ik ben nogal in de prijzen gevallen de laatste tijd,’ zegt de schrijver, die eerder dit jaar de Librisprijs en de NS Publieksprijs kreeg voor Tonio. Bij die uitreikingen was hij niet zelf aanwezig. ‘Deze prijs is een nieuw begin, en juist géén afronding.’ In 2013 zal in ieder geval Kwaadschiks verschijnen, een boek dat niet in de nieuwe cyclus past, maar aansluit bij De tandeloze tijd. ‘De personages zijn ouder en cynischer geworden,’ aldus Van der Heijden. Er zijn nog twee delen van De tandeloze tijd in de pen, waaronder de titel IJzeren man. Het is een illustratie bij het juryrapport: ‘Zijn werken, inmiddels bijna dertig boektitels, zijn één werk. Uit het een groeit het ander, en soms is een nieuw boek nodig om een vorig boek te begrijpen.’

De jury van de P.C. Hooftprijs 2013 bestond uit Rudi Wester, Arnold Heumakers, Xandra Schutte, Thomas Verbogt en recensente van De Standaard Maria Vlaar
[artikel in De Standaard]

 

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor A.F.Th. van der Heijden wint P.C. Hooftprijs

In gesprek met David Grossman

Zojuist gepubliceerd in het tijdschrift De Nieuwe Liefde een interview met de Israëlische schrijver David Grossman over zijn nieuwe boek Uit de tijd vallen. Koop het boek en het blad in de boekhandel en/of kijk op de website http://www.denieuweliefde.com.

In gesprek met David Grossman

In gesprek met David Grossman. Foto Maarten Albrecht

Geplaatst in Interviews, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor In gesprek met David Grossman

Knausgard – Scandinavische man in crisis

Binnenkort een nieuwe recensie over LIEFDE van Karl Ove Knausgard, de Noorse schrijver van Mijn Strijd, meer dan drieduizend verslavende pagina’s autobiografisch geschrijf…

Een nieuwe opdrachtgever: Kunsten ’92, voor een artikel over de letterensector, en hoe die omgaat met de bezuinigingen van de overheid. Kunsten ’92 is een lobby-vereniging voor kunst en cultuur: zie http://www.kunsten92.nl

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Knausgard – Scandinavische man in crisis

In memoriam Henk Bernlef

In De Groene Amsterdammer en in De Standaard publiceerde ik een In Memoriam Henk Bernlef.

De eeuwige jongen

Zijn vrienden en later ook zijn lezers noemden hem ‘Henk Bernlef’, een samentrekking van zijn pseudoniem Bernlef en zijn werkelijke naam Hendrik Jan Marsman. Hoewel hij naar eigen zeggen juist door Marsman gedichten leerde lezen, vond hij de naamsovereenkomst te zwaar. ‘Bernlef’ verwijst naar een blinde Friese bard uit de achtste eeuw.
Hij werd geboren in een remonstrans ambtenarenmilieu, ‘een godsdienst op de rand van limonade’, waar hij onbeschadigd doorheen rolde. Hij trouwde met Eva Hoornik, de dochter van dichter Ed. Hoornik. Haar zus Erica is de echtgenote van schrijver K. Schippers. De literaire verwantschap met Schippers gaat verder dan de familieband, en begon al vóór de oprichting, in 1958, van het roemruchte tijdschrift Barbarber. De derde oprichter van het tijdschrift, Gerard Brands, overleed drie weken geleden.

Bernlef en Eva Hoornik, 1967, foto Dorine van der Klei

De bijeenkomsten bij Ed. Hoornik in de jaren vijftig waren legendarisch. Hoornik had het concentratiekamp Dachau overleefd, was redacteur bij Vrij Nederland en De Gids en bevriend met Achterberg. In een sfeer van vrijheid, drank, poëzie en nieuwe kunstopvattingen werden Bernlef en Schippers, toen amper twintig, in de kring opgenomen. Hoornik en zijn levensgezellin, schrijfster Mies Bouhuys, werden samen met de dochters en schoonzoons geïnterviewd door Ischa Meijer: ‘Dan komen “De Kinderen” zoals Hoornik ze noemt. Schippers voorop. “Dag Pap!” zegt hij met heldere frisse jongensstem. Wat lachorkanen veroorzaakt. Daarachter een clowneske, felle Eva Hoornik. Ten slotte Bernlef: de middenvoor van een solide elftal.’Bernlef had grote bewondering voor zijn leraar Nederlands, de schrijver Rob Nieuwenhuys. ‘Hij draaide een plaat van Fats Navarro, een beboptrompettist, of las ons gedichten van Lucebert voor. Hij zei erbij dat hij er niet alles van begreep, maar dat dat ook niet nodig was. Als je maar gegrepen werd.’ (Tegenliggers, 2001)

Zoals de achtste-eeuwse Friese bard ongetwijfeld zijn gedichten zong, omarmde ook Bernlef in het kielzog van zijn leraar de muziek. Bernlef was begenadigd jazzpianist, hoewel hij dat meestal binnenskamers hield, en jazzliefhebber. Jazz was de muziek van de existentialisten, maar Bernlef en Schippers kozen in Barbarber voor Marcel Duchamp en voor de readymade. Zij brachten het dadaïsme weer terug in de Nederlandse literatuur, dat na Paul van Ostaijen en Theo van Doesburg door de zware toonzetting rondom de Tweede Wereldoorlog was verdwenen. Bernlef:
De dood is een mooi onderwerp
zoals ook het roestige frame
op het platje
de zomer
het droppapiertje
met een tekst over dada
Het tijdschrift wilde het poëtische in het alledaagse laten zien. Dat is altijd zo gebleven bij Bernlef: kijken en luisteren als bron van literatuur. Daarbij was ‘moeilijk doen’ uit den boze: ‘Ik schrijf niet uit een innerlijke drang of zoiets dergelijks, maar altijd vanuit heel concrete dingen. Een bepaalde foto uit een tijdschrift. Een bepaalde tekst uit een krant.’ En later schreef hij: ‘In het doodgewone ging vaak het universele schuil.’
Hij raakte nauw betrokken bij Poetry International, ontmoette dichters over de hele wereld, en vertaalde poëzie uit het Zweeds, van onder anderen Lars Gustafsson en de Nobelprijswinnaar 2011 Tomas Tranströmer. Maar de grootste bekendheid kreeg Bernlef door zijn romans. Hersenschimmen uit 1984 beleefde meer dan vijftig drukken en is een van de moderne klassieken van de Nederlandstalige literatuur. Het is geschreven vanuit een dementerende man die langzaam zijn grip op de taal en op de dingen verliest. De interesse voor de werking van de hersenen, de herinnering en de taal blijkt ook uit ander werk, zoals Buiten is het maandag (2003), waarin een man uit coma ontwaakt, zijn vrouw verloren blijkt te hebben, en zijn verdwenen zoon achterna reist in Amerika. Rouw wordt herinnering, en het boek eindigt met ‘een nieuwe eeuw, een heldere dag’. Een ander sleutelwoord voor Bernlefs oeuvre is ontroering. In 1991 schreef hij de essaybundel Ontroeringen, waar ‘ontroeringsmomenten’ een ‘half zichtbaar zelfportret’ vormen.
Bernlef schreef vanaf zijn zestiende iedere dag; zonder ‘zou je gek worden’, constateerde zijn vrouw nuchter. In 1959 kreeg hij de Reina Prinsen Geerligsprijs voor de dichtbundel Kokkels en de verhalenbundel Stenen spoelen, die als dubbeldebuut bij uitgeverij Querido verschenen. Vanaf dat jaar publiceerde hij gemiddeld twee nieuwe titels per jaar. Zijn roman Publiek geheim (1987) maakte veel indruk; over een groep filmers achter het IJzeren Gordijn, in een periode van ‘dooi’. Kort geleden verschenen een nieuwe verhalenbundel Help me herinneren, en een ruime keuze uit zijn poëzie, Voorgoed. Zijn dichterschap bezorgde hem de P.C. Hooftprijs.
Bernlef bleef jong, hoewel zijn lichaam in een oude man veranderde. Hij was altijd nieuwsgierig naar nieuwe stemmen, vooral in de poëzie en de muziek. ‘En ken je dat dan ook?’ deelde hij zijn grote liefde voor de jazz met iedereen die het maar horen wilde. Die jongensachtigheid was besmettelijk; een droef gevoel kan niemand gehad hebben die net met hem in gesprek was. Toch kon hij in zijn boeken verdriet heel goed woorden geven. In Een jongensoorlog, zijn meest autobiografische roman, beschrijft hij de angst en vervreemding die een kind kunnen treffen, op de vlucht voor de hongerwinter. Vanuit zijn raam ziet hij de buurman, een NSB’er die later onderduikers blijkt te verbergen. Daar leert hij open te staan voor nieuwe inzichten, voor ‘anders denken’.
Zijn dood kwam, ook voor hemzelf, veel sneller dan verwacht. Er zijn nog meerdere te publiceren boeken, gedichten en verhalen, waarvan ‘enkele heel goed, en andere geweldig’, aldus zijn uitgever Annette Portegies. Zijn gedichten, de beste van zijn verhalen en essays en een tiental romans zijn het waard om gelezen te blijven. Niet al zijn boeken zullen de tand des tijds doorstaan. Dat hoefde van hem ook helemaal niet: het ging hem om het schrijven zélf. Of, zoals hij het zelf schreef in zijn laatste bundel Kanttekeningen (2010):
Wie schrijft blijft niet maar onderbreekt zijn leven
en – al is het maar voor even – raakt blind voor wat hij ziet.
Ik heb mijn leven grotendeels verschreven tot
nabeelden langzaam dovend in een boekenkast.

Geplaatst in Artikelen, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor In memoriam Henk Bernlef

P.F. Thomése en de held Achilles

Uit ‘Het bamischandaal’: ‘De ene of de andere Mao, wat maakte het uit? Als je er één kende, kende je ze allemaal. Zelf lijk ik als twee druppels water op Art Garfunkel, dus ik weet waar ik het over heb.’

Op zondag 18 november interview ik Madeline Miller op het Crossing Border Festival in Antwerpen. Miller schreef een roman over de held Achilles: Songs of Achilles. Zie http://www.crossingborder.nl voor het complete overzicht van het festival, dat in drie steden plaatsvindt: Den Haag, Enschede en Antwerpen.

Vrijdag 9 november staat in De Standaard het interview dat ik maakte met schrijver P.F. Thomése over zijn nieuwe, hilarische schelmenroman Het bamischandaal. Fotograaf Patrick Post maakte deze foto van de schrijver aan de bami. ‘Ik verzin graag mijn eigen flauwe grappen.’

Geplaatst in Interviews on stage, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor P.F. Thomése en de held Achilles

Christiaan Weijts en Passaporta

De komende weken weer twee nieuwe literaire interviews: met Christiaan Weijts over onder andere zijn nieuwe boek EUFORIE, en met P.F. Thomése over zijn nieuwe Kessels-boek Het bamischandaal. Op YouTube is al een zeer geestig promotiefilmpje te zien: youtube.com/watch?v=BzKo8SCbiiY

En een nieuwe opdrachtgever: het internationale literatuurfestival Passaporta in Brussel, waar ik als gast-curator een programma zal samenstellen en presenteren. Daarover later meer!

Geplaatst in Interviews, Interviews on stage, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Christiaan Weijts en Passaporta

Ivo Michiels herinnerd

Voor De Standaard schreef ik onderstaande herinnering op aan Ivo Michiels, de grote Vlaamse schrijver die afgelopen weekend overleed in Le Barroux, Frankrijk.

Ach Ivo

In de jaren negentig van de vorige eeuw, toen ik nog jong was en Ivo Michiels al oud, had ik het voorrecht zijn redacteur te zijn. Het beste staat me nog de verrukking voor ogen die Ivo voelde bij het werken aan Sissi, de roman die over vanalles gaat, zoals alle boeken van Ivo, maar vooral over actrice Romy Schneider. Net als mijn toenmalige chef bij De Bezige Bij, de onvolprezen Oscar Timmers, dweepte hij met Romy. ‘Ach Romy’, konden zij beiden verzuchten, kijkend naar een foto van de beeldschone actrice die Oscar altijd onder handbereik leek te hebben. Dat geschmier sloeg natuurlijk op mij over: Ivo zuchtte dan net zo lief ‘ach Maria’, gevolgd door zijn legendarische, klaterende lach. Ik was feministisch genoeg om dat onzin te vinden, dat gedweep met deze ongelukkige, zwakke vrouw, maar ik zag er gelukkig wel de grap van in.
Wat ik het mooiste vond aan het werken met Ivo was, dat er geen zwaarte was. Alles waarmee ik hem geassocieerd had voordat ik hem kende – het ‘experimentele proza’, die ingewikkelde, moeilijke teksten, waar ik hard op zou moeten studeren om er iets van te begrijpen – bleek niet van toepassing. In feite had hij niets anders gedaan, zag ik plotseling, dan zijn pen rechtstreeks aansluiten op zijn grillige, vrolijke brein, zijn hoofd vol verhalen, vol herinneringen, vol woorden, vol beelden. Sommige van die beelden waren verdrietig, andere zelfs gruwelijk. Maar moeilijk: nee.
Als ik iets niet wist of begreep (het was het tijdperk vóór de uitvinding van internet en wikipedia), en aan Ivo vroeg waarom er stond wat er stond, dan raakte hij pas echt op dreef. Dan kwam er weer zo’n verhaal, weer zo’n grap, soms ook die melancholieke blik. Ik had het gevoel dat hij alles wat hij had meegemaakt wilde doorgeven, het reizen, de kunst, het schrijven, de mensen, de levenskunst. Hij voelde zich thuis bij De Bezige Bij, toen nog de plek waar schrijvers als Simon Vinkenoog, Jan Wolkers, Harry Mulisch, Hugo Claus, Remco Campert en zielsverwanten als Jacques Vogelaar en Sybren Polet rondliepen. Het was Ivo’s literaire familie. Hij kon daar intens van genieten, zoals hij ook volkomen aanwezig kon zijn op de Boekenbeurs in Antwerpen, waar hij urenlang trouw bleef zitten op zo’n houten stoeltje om bewonderaars, lezers, scholieren en andere schrijvers te woord te staan. Oók weer met die klaterende lach en dat grote hart.
Ach Ivo. Je bent nu vertrokken, voorgoed je verhalen in, waarin ook wij nog lang kunnen ronddwalen. Wees er gelukkig!

Maria Vlaar

Geplaatst in Artikelen, Nieuws, Publicaties en interviews | Reacties uitgeschakeld voor Ivo Michiels herinnerd

Oek de Jong, Mircea Cartarescu en meer…

Komende week interview ik Arthur Japin over zijn nieuwe roman Maar buiten is het feest. En voor De Standaard ga ik Oek de Jong interviewen, die met een nieuwe, achthonderd pagina’s lange roman komt. Ik ben zeer benieuwd…
Ook weer nieuwe recensies: De lichte dagen van Zsuzsa Bánk, deel II van De Nieuwkomers van de Sloveen Lozje Kovačič (in De Standaard), en het grandioze De trofee van de Roemeen Cartarescu (in De Groene Amsterdammer). Zie voor het overzicht van recensies van Nederlandse literatuur mariavlaar.com/2012/01/24/recensies-van-nederlandse-literatuur/ en voor de recensies van vertaalde literatuur mariavlaar.com/2012/01/23/recensies/

Maria Vlaar met Jáchym Topol

In Filter verschijnt mijn derde column; dit keer over het geloof in literatuur en meer… Ook weer nieuwe live-programma’s op komst: in het weekend van 17 en 18 november interview ik Madeline Miller voor Crossing Border Antwerpen, en ik ben gevraagd een programma te maken en te presenteren voor Passa Porta, hét tweejaarlijkse internationale literaire festival van Brussel. Eerder deze maand interviewde ik voor Manuscripta in Amsterdam en bij de boekpresentatie in Spakenburg de schrijvers Jannetje Koelewijn (De hemel bestaat niet) en Wim Duijst (De engel van Spakenburg).

Geplaatst in Nieuws | Tags: , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oek de Jong, Mircea Cartarescu en meer…

Van Rudi van Dantzig tot Crossing Border

Een aantal nieuwe opdrachtgevers heeft zich gemeld: zo ga ik in november voor Crossing Border Antwerpen de Amerikaanse auteur Madeline Miller interviewen, die voor haar debuut The Song of Achilles de Orange Prize for Fiction 2012 kreeg.
Uitgeverij De Arbeiderspers heeft mij gevraagd me te ontfermen over het nagelaten manuscript van Rudi van Dantzig over zijn leermeesteres, de oprichtster van het Nationaal Ballet Sonia Gaskell. Een fascinerend boek om aan te werken: wát een herinneringen, wát een pionierstijd, en wát een emoties. Hieronder een aantal van de hoofdpersonen:

De kleedkamer van Sonia Gaskell met Jaap Flier, Loeki van Oven, Hans van Manen, Marianna Hilarides, Willy de la Bije. Aquarel door Jan Duyvetter

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Van Rudi van Dantzig tot Crossing Border

David Grossman

‘Het is alsof ik nooit geleefd heb, als was niets ooit echt gebeurd van alles wat me overkomen is, tot jij, mijn kind, bent doodgegaan.’ De Israëlische schrijver David Grossman, bekend van boeken als Zie: liefde, verloor in 2006 zijn twintigjarige zoon Uri, soldaat in het conflict Israël – Libanon. Uri sneuvelde enkele uren voor de wapenstilstand.
Het moment dat Grossman en zijn vrouw het bericht kregen, is door de schrijver meermaals aangrijpend beschreven. Met zijn nieuwe boek Uit de tijd vallen, dat deze week in Nederlandse vertaling verschijnt, zoekt Grossman opnieuw naar een vorm voor zijn rouw.

In De Standaard verschijnt op 17 augustus mijn recensie
over het nieuwe boek van Grossman. In september interview ik hem voor de GPD-bladen en voor het tijdschrift De Nieuwe Liefde.
In september gaat de film Nono, het Zigzag Kind in première op het Filmfestival in Utrecht, met Isabella Rossellini in de hoofdrol. Het is gebaseerd op David Grossmans gelijknamige boek Het Zigzagkind.

Geplaatst in Interviews, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor David Grossman