Ivo Michiels herinnerd

Voor De Standaard schreef ik onderstaande herinnering op aan Ivo Michiels, de grote Vlaamse schrijver die afgelopen weekend overleed in Le Barroux, Frankrijk.

Ach Ivo

In de jaren negentig van de vorige eeuw, toen ik nog jong was en Ivo Michiels al oud, had ik het voorrecht zijn redacteur te zijn. Het beste staat me nog de verrukking voor ogen die Ivo voelde bij het werken aan Sissi, de roman die over vanalles gaat, zoals alle boeken van Ivo, maar vooral over actrice Romy Schneider. Net als mijn toenmalige chef bij De Bezige Bij, de onvolprezen Oscar Timmers, dweepte hij met Romy. ‘Ach Romy’, konden zij beiden verzuchten, kijkend naar een foto van de beeldschone actrice die Oscar altijd onder handbereik leek te hebben. Dat geschmier sloeg natuurlijk op mij over: Ivo zuchtte dan net zo lief ‘ach Maria’, gevolgd door zijn legendarische, klaterende lach. Ik was feministisch genoeg om dat onzin te vinden, dat gedweep met deze ongelukkige, zwakke vrouw, maar ik zag er gelukkig wel de grap van in.
Wat ik het mooiste vond aan het werken met Ivo was, dat er geen zwaarte was. Alles waarmee ik hem geassocieerd had voordat ik hem kende – het ‘experimentele proza’, die ingewikkelde, moeilijke teksten, waar ik hard op zou moeten studeren om er iets van te begrijpen – bleek niet van toepassing. In feite had hij niets anders gedaan, zag ik plotseling, dan zijn pen rechtstreeks aansluiten op zijn grillige, vrolijke brein, zijn hoofd vol verhalen, vol herinneringen, vol woorden, vol beelden. Sommige van die beelden waren verdrietig, andere zelfs gruwelijk. Maar moeilijk: nee.
Als ik iets niet wist of begreep (het was het tijdperk vóór de uitvinding van internet en wikipedia), en aan Ivo vroeg waarom er stond wat er stond, dan raakte hij pas echt op dreef. Dan kwam er weer zo’n verhaal, weer zo’n grap, soms ook die melancholieke blik. Ik had het gevoel dat hij alles wat hij had meegemaakt wilde doorgeven, het reizen, de kunst, het schrijven, de mensen, de levenskunst. Hij voelde zich thuis bij De Bezige Bij, toen nog de plek waar schrijvers als Simon Vinkenoog, Jan Wolkers, Harry Mulisch, Hugo Claus, Remco Campert en zielsverwanten als Jacques Vogelaar en Sybren Polet rondliepen. Het was Ivo’s literaire familie. Hij kon daar intens van genieten, zoals hij ook volkomen aanwezig kon zijn op de Boekenbeurs in Antwerpen, waar hij urenlang trouw bleef zitten op zo’n houten stoeltje om bewonderaars, lezers, scholieren en andere schrijvers te woord te staan. Oók weer met die klaterende lach en dat grote hart.
Ach Ivo. Je bent nu vertrokken, voorgoed je verhalen in, waarin ook wij nog lang kunnen ronddwalen. Wees er gelukkig!

Maria Vlaar

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Artikelen, Nieuws, Publicaties en interviews. Bookmark de permalink .