Frankfurt, 21-10-2016

Is dit wat we delen?

In de U-bahn zitten twee meisjes van rond de twintig die literatuurwetenschappen studeren. ‘Snap jij iets van die Frankfurter Schule?’ zegt de een. ‘Waarom heeft onze prof het nooit over hedendaagse Chinese literatuur?’ vraagt de ander. Ik zit in de metro in Frankfurt, waar ieder jaar in oktober de Buchmesse de stad overneemt. In alle restaurants, hotels en taxi’s zit een ‘Buchmesser’. En dit jaar is speciaal, omdat Vlaanderen en Nederland gastland zijn.

Dinsdag werd de Buchmesse officieel geopend. Er waren de gebruikelijke toespraken, maar die van Martin Schulz, voorzitter van het Europees parlement, steeg erbovenuit. Hij is een kind van doodgewone ouders, benadrukte hij, en school-dropout; door boeken te lezen ontwikkelde hij zichzelf. Na een jaar werkloosheid werd hij van arremoede boekhandelaar. ‘Literatuur heeft mijn leven gered’, zei hij. In een vlammend betoog stelde hij dat literatuur van levensbelang is voor de politieke en sociale samenhang van Europa, en duidde daarbij ook op de vluchtelingencrisis. Met instemming noemde hij Asli Erdogan, de Turkse schrijfster die in augustus in de gevangenis werd gegooid. Asli Erdogan had de pech te schrijven voor een krant die de Turkse regering liever niet meer wil zien verschijnen.

Ook de directeur van de Duitse boekhandelsbond Riethmüller citeerde haar: ‘Het is de literatuur altijd gelukt dictaturen te overwinnen’. Wauw. Zou het? De Vlaams-Nederlandse slogan ‘Dit is wat wij delen’ ging een eigen leven leiden; ineens ging ‘delen’ ook over wat wij met vluchtelingen kunnen delen en over de kracht van literatuur als wapen tegen het populisme. Arnon Grunberg en de Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck droegen een mooie dialoog voor over identiteit en gastvrijheid. Grunberg had het over zijn laptop als ‘het draagbare vaderland’ en Van den Broeck vond het idee van een vaderland ouderwets maar had het wel over haar Vlaamse grootmoeder ‘in een laag uitgesneden blouse achter de cafétoog’.

Op dag 2 verdwalen groepjes Vlaamse en Nederlandse schrijvers in de immense hallen van de boekenbeurs. Die zijn niet bezig de wereld of hun vaderland te redden, maar maken zich vooral druk over hun eigen agenda. ‘Ik moet over een uur voorlezen in een kerk,’ zegt de een. ‘Ik heb straks een interview op de radio,’ panikeert de ander. ‘Ik heb een diner met mijn Duitse uitgever,’ pocht de derde. ‘Ik ben nog op zoek naar een Duitse uitgeverij,’ bekent de vierde beschaamd. Terwijl de politici ons vertellen dat literatuur van levensbelang is voor de Europese cultuur, de vrijheid van het woord en de wereldvrede, zijn de schrijvers bezig hun brood te verdienen met hun schrijverij. Zij willen dat die meisjes in de U-bahn hun boeken lezen.

Op dag 3 lijken ook de duizenden uitgevers die in Frankfurt de rechten van hun auteurs verhandelen met iets anders bezig. Turkije is ‘hot’, hoor je overal. Alle internationale uitgevers proberen een goede Turkse schrijver op hun lijst te krijgen, en binnen Turkije maakt de boekenverkoop een opleving mee. Dat is vaker zo, als de vrijheid van het woord en de pers onder druk staat: mensen krijgen enorme behoefte te lezen. Waarom? Misschien toch omdat schrijvers iets kunnen toevoegen of duiden aan de werkelijkheid waar we in zitten, en waar we soms niets van begrijpen.

Advertenties
Geplaatst in Nieuws

Hemmerechts: rouw en identiteit

De Standaard publiceerde afgelopen maand vier artikelen van mijn hand, waaronder een stuk over Er gebeurde dit, er gebeurde dat, een autobiografisch boek over onder meer Hemmerechts’ borstkanker. De andere stukken: een recensie over de nieuwe roman van Marc Reugebrink, een interview met Hisham Matar en een recensie over Jan Lauwereyns’ bijzondere en fantastische roman Iets in ons boog diep (Uitgeverij Koppernik).

In oktober 2015, nog maar een jaar geleden, krijgt Kristien Hemmerechts te horen dat ze borstkanker heeft. Ze laat zich op de foto zetten met haar dan nog gave borst, een tulband en een bontstola, haar blote voet net zo uitdagend en elegant als haar blote borst en de blik in haar ogen. Die foto prijkt op het omslag van Er gebeurde dit, er gebeurde dat, dat een dagboek over haar borstkanker en een twintigtal eerder gepubliceerde autobiografische
verhalen bevat.
hemmerechts
Het boek vangt aan met dagelijkse notities over de borstkanker, tot 2 maart 2016, als de ziekte gelukkig lijkt geweken: ‘Het voelt alsof ik dood ben geweest, en vervolgens verrezen.’ Het dagboek heeft alle elementen van het rauwe, onaffe dat zo’n document, in eerste instantie alleen voor jezelf geschreven, kenmerkt. Er is woede om de ziekte, ergernis over het ziekenhuispersoneel dat met ‘hun klauwen’ aan je zit, irritatie over te softe reacties, over mensen die juist niets laten horen, of over anderen die jij moet gaan troosten vanwege jóuw kanker. Niet de juiste ‘ziekenhuisattitude’, concludeert Hemmerechts ironisch op 17 november. ‘Stop de courage in uw hol,’ bijt de zieke van zich af als reactie op een mailtje waarin haar moed wordt gewenst, om maanden later juist blij te zijn met een mail waarin staat ‘je bent dapper’. Soms noteert ze zo particulier dat het duister blijft (‘H met de wilde wanen in haar hoofd’?), soms, zeker als het over manlief Bart gaat, juist toegedekt. Hemmerechts vraagt zich af of de ziekte haar identiteit veranderd heeft, zoals dood en ziekte nu eenmaal doen, maar het antwoord laat op zich wachten.
De ziekte doet Hemmerechts onherroepelijk terugdenken aan het trauma van de wiegendood van haar beide zoontjes in de jaren tachtig, de dood van haar tweede man Herman de Coninck en de ziekte van haar psychotische zus Veerle. Het is in deze vertwijfelde staat dat Hemmerechts bedacht heeft dat dit dagboek hoort bij de eerder gepubliceerde autobiografische verhalen, hoewel het borstkankerdagboek met 100 pagina’s best als novelle uitgegeven had kunnen worden. Het dagboek is haar uitlaatklep en niet de bezonken en fraai geformuleerde uitkomst van een proces, wat de verhalen wel zijn. Dat grote verschil levert een niet helemaal evenwichtig boek op, versterkt door de geforceerde indeling: het dagboek had achterin beter gepast, het verhaal ‘Confituur’ over Kristien als oma staat op de verkeerde plek en de tussentitels ‘Vroeger’, ‘Eerste huwelijk’, ‘Tweede huwelijk’ doen meer aan een biografie dan aan een literair boek denken. Maar tegelijk geeft de bundeling van verhalen diepte aan Hemmerechts’ ervaringen met de borstkanker, en is het een ontroerende en bij tijd en wijle zeer aangrijpende leeservaring.
Nu moet ik zeggen dat Hemmerechts’ verhalen over Herman de Coninck er bij mij extra inhakken, misschien omdat ook ik de publicerende weduwe van een schrijver ben. ‘Ik had jou voor mijzelf moeten houden,’ noteert ze als er weer iemand iets wil met zijn werk. Ook de uitwisseling tussen Herman en Kristien over wat ze lezen en schrijven en de luchtige eerste ontmoeting, onder een dode notelaar in zijn tuin, zijn prachtig beschreven, en de verhalen over het ouderlijk huis, waar liefde en woede zich dooreen mengen, over haar vader en moeder (net zo koppig als Kristien) en over haar zus die verdwaalt in de psychatrie, buitengewoon aangrijpend. Zij haalt herinneringen op aan hoe eenzaam het was om met haar lieve, angstige en boze zusje in één bed te slapen en hoe gewoon dat toen leek. De staat van wanhoop en zelfbeschuldiging die Hemmerechts bereikt na de dood van haar beide zoontjes gaat door merg en been. Rouw verandert je identiteit en gaat zodoende eigenlijk nooit echt over, zoals te lezen in het mooie verhaal ‘Een huwelijk’, over de huwelijksbreuk met de vader van Hemmerechts dochter en zoontjes.
Het mooiste van Er gebeurde dit, er gebeurde dat is misschien wel de belofte die het inhoudt voor een autobiografisch essay, als de ervaring van de borstkanker eenmaal verwerkt is. Want er blijkt een patroon in Hemmerechts’ leven: dat van de tegenstrijdigheid, zoals de halve naaktfoto op het omslag al fraai weerspiegelt. Privé versus openbaar, patiënt versus docent, slachtoffer versus flinke vrouw (want als je als vrouw mee wilt tellen in het universitaire en literaire milieu moet je ‘flink en sterk zijn’). Hemmerechts is ‘sterk én fragiel’, ‘zacht en bikkelhard’ tegelijk; ze herhaalt drie maal de zin ‘Ik moet kwetsbaarheid tonen.’ Hemmerechts’ kracht heeft de vorm van vrijheidsdrang, die overal tussen de kieren in de dagboekfragmenten en verhalen kruipt, soms vermomd als woede, soms als ongeloof (bijvoorbeeld als Kristiens moeder, universitair geschoold lerares, niet mondig wordt geacht voor een rechtbank). Een bijzonder boek dus, Er gebeurde dit, er gebeurde dat, en helemaal als je het beschouwt als de uitgewerkte aantekeningen voor een toekomstig zelfportret van het dwarse ‘vat vol tegenspraak’ Kristien Hemmerechts, over dwang versus vrijheid, onder de gedroomde titel Vrij.

Geplaatst in Nieuws

Droomtuin versus werkdruk

amstelglorie_ansichtkaart_droomtuin_vs-werkdruk

Afbeelding | Geplaatst op door

Iedere dag een kaart voor het behoud van Amstelglorie

amstelglorie_ansichtkaart_boomhut_vs-penthouse

Afbeelding | Geplaatst op door

Hisham Matar over Rembrandt

Vrijdag aanstaande in De Standaard der Letteren: een interview met de Libische schrijver titus-son-of-rembrandt-the-wallace-collection-londonHisham Matar. Over zijn nieuwe boek De terugkeer, over de verdwijning van zijn vader, over de situatie in Libië, over heling of transformatie, over het drie uur lang natekenen van één boom, over wat het betekent zoon te zijn, over foltering, marteling, rouw, hoop, vrede en artistiek enthousiasme. En over het portret van Titus, The Artist’s Son, door zijn vader Rembrandt, in The Wallace Collection in London.

Geplaatst in Nieuws

Interviews

Rudiger Safranski

Rudiger Safranski

Schrijvers interviewen over hun vak, hun leven en hun boeken: een van de leukste dingen om te doen als je journalist bent. In april interviewde ik Nell Zink en Griet Op de Beeck op het Utrechtse Literatuurfestival, in mei interviewde ik de Duitse filosoof Rudiger Safranski over de staat en de ziel van Europa in De Balie in Amsterdam, en in juni toog ik naar Gent om P.C.Hooftprijswinnaar Astrid Roemer te interviewen voor De Standaard.
Haar mooiste uitspraak, wat mij betreft: ‘Iedere keer als ik een groot boek schrijf, is er een man die zegt dat ik gek ben.’
Ze leeft in Gent na een zwerftocht van jaren door Nederland, Suriname en Schotland: ‘België heeft iets van Suriname. Ik voel me gebelgd.’ En ze vertelt over een nieuwe roman-in-de-maak: ‘Zowel van mijn moeders als van mijn vaders kant zitten er Schotten in de familie. Rond 1820 kwamen ze naar Suriname, dat toen Engels was. De MacDonalds en de Crudens hadden een generatielange vete. De MacDonalds zijn weliswaar van hoge adel, maar de Crudens waren intellectuelen, opgeleid aan de universiteit van Edinburgh’. Toen mijn vader en moeder met elkaar omgingen werd mijn grootmoeder Cruden gek van woede. In Schotland woonden ze aan de ene kant van de oceaan, in Nieuw-Nickerie in Suriname aan de andere kant van dezelfde oceaan. Op beide plekken is de kust vergeven van de ronkende muskieten. Crudens plantage ‘Good Intent’ is verloren gegaan aan diezelfde oceaan.’
Maar voordat Roemer die roman afrondt, komt er dit najaar een korte roman uit, Olga en haar driekwartsmaten geheten. Ik ben benieuwd!
Het complete interview is te vinden op de website van De Standaard.

Geplaatst in Nieuws

Vaarwel Henk Hofland

Vaarwel lieve Henk

Henk Hofland

Geplaatst in Nieuws