Hip Berlijn

In Boekblad verscheen mijn reportage over vier innovatieve boekhandels in Berlijn:

Artikel_Boekhandel_berlijn

Klik op bovenstaande link om de pdf te openen en lees over de boekhandels Uslar & Rai, Dialogue, Buchhandlung Moritzplatz en Ocelot. De eerste Nederlandse boekhandeltoeristen met dit artikel in de hand zijn al gesignaleerd in Berlijn, meldde een van de boekhandelaren!

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Hip Berlijn

Jury Frans Kellendonk-prijs

Namens de Stichting Frans Kellendonk Fonds ben ik toegetreden tot de jury van de driejaarlijkse Frans Kellendonk-prijs, die wordt toegekend door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De andere juryleden zijn Ton van Kalmthout en Jasper Henderson. Eerdere prijswinnaars zijn Arnon Grunberg, M. Februari en Dirk van Weelden.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Jury Frans Kellendonk-prijs

Tommy Wieringa won de LIBRIS prijs

voor zijn roman Dit zijn de namen, en ik mocht hem de dag daarna interviewen voor De Standaard. Hij was nog helemaal euforisch. Aanstaand weekend verschijnt het interview in de weekendbijlage (dus niet in de letterenbijlage) van de krant. Een voorproefje: ‘Mijn boek had eerst een andere titel, De laatste Jood. Een fantastische titel. Maar ik was op een schrijverscongres in het Engelse Norwich, met grote schrijvers als John Coetzee en Tim Parks. Ik kwam terug in een soort gewijde stemming en dacht: die titel is te provocatief. En dat bedóelde ik niet. Vlak voordat het boek uitkwam zat ik dus zonder titel. Precair probleem. Mijn vrouw is advocaat. Ik kan iedere schrijver aanraden een advocaat te trouwen: zuiverheid in redenering, rationeel en analytisch. Echt verrukkelijk. Zij vroeg me toen: wat is eigenlijk de eerste zin van het Bijbelboek Exodus? ‘Dit zijn de namen.’ En     dan komt de hele lijst met geslachtsnamen. En dat was hem. De titel staat voor de migranten, op zoek naar een beter bestaan, maar ook voor de naamloze joden uit Brody, Odessa, Lemberg, etcetera, die tot op de laatste man, vrouw en kind zijn uitgeroeid en verjaagd.’
De Libris-nominaties werden door mij gewikt en gewogen in de Letterenbijlage van De Standaard. Wie wint de Librisprijs 2013? Te lezen via http://www.standaard.be/cnt/DMF20130502_00564064

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Tommy Wieringa won de LIBRIS prijs

Karen Armstrong en Michaïl Sjisjkin

Afgelopen weekend heb ik schrijfster en religiehistorica Karen Armstrong mogen interviewen; ze was uitgenodigd voor een bijeenkomst in de Domkerk in Utrecht. Ik sprak haar over haar boeken, haar opvattingen en haar leven. Een opmerkelijke uitspraak: ‘Jezus zou een verschrikkelijke tijd hebben in de media. ‘Jezus zegt: verlaat je vrouw en kinderen en volg mij.’ Zie je de krantenkoppen al?’ Compassie is haar nieuwste thema: ze houdt een pleidooi voor meer compassie in het dagelijks leven en in de wereldpolitiek. Nu werkt ze aan een boek over geweld, onthulde ze. Het was een memorabel interview, binnenkort te lezen in De Nieuwe Liefde en in De Standaard.

En ik ben nog helemaal vol van Onvoltooide liefdesbrieven van de Rus Michaïl Sjisjkin. Wat Sjisjkineen boek! Michaïl Sjisjkin (1961) is de belangrijkste Russische schrijver van zijn generatie. Hij woont in Zwitserland en levert als journalist regelmatig kritiek op de regering van Poetin. Onlangs noemde hij de Russische staat ‘een piramide van dieven, die mensen wegens hun politieke overtuigingen opsluit’.
In Onvoltooide liefdesbrieven schrijven Sasja, verpleegster in Moskou, en Volodja, Russisch soldaat in de Chinese Bokseroorlog van 1900, elkaar over hun leven en hun liefde voor elkaar. Hun verlangen naar elkaar trotseert alle tijdsverloop; Volodja schrijft over de dood heen. Een roman die hoofd, hart en buik aanspreekt en de lezer verbluft en ontroert. Naar de boekhandel!
Binnenkort is mijn recensie te lezen in De Groene Amsterdammer.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Karen Armstrong en Michaïl Sjisjkin

Wat een geweldig literatuurfestival!

Mircea Cartarescu - Erwin Mortier - Maria VlaarHet Passaporta festival in Brussel was, ondanks het winterse weer en de sneeuwstorm, een geweldig succes. Overal waar ik kwam volle zalen en een zeer geïnteresseerd publiek. De grote concertzaal in BOZAR puilde uit bij het slotakkoord, een zinderend interview met de eloquente Julian Barnes.

Ik mocht twee dubbelgesprekken leiden: een met de Roemeense schrijver Mircea Cartarescue en Erwin Mortier (hierboven). Het werd een prachtig gesprek over schrijven, de verbeelding van de hemel, God en de werkelijkheid.

En een vrolijk gesprek over onder andere echte en mythische bomen op IJsland met Sjón en Auður Ava Ólafsdóttir. Audur Olafsdottir-Maria Vlaar-Sjon (c) Eva Wincqvist
IJslanders kennen allemaal de Edda, een prachtige oude rijmtekst. Uit het Lied van  Voluspa:

An ash I know, | Yggdrasil its name,
With water white | is the great tree wet;
Thence come the dews | that fall in the dales,
Green by Fate’s well | does it ever grow.

Thence come the maidens | mighty in wisdom,
Three from the dwelling | down ‘neath the tree;
Past is one named, | Present the next,–
On the wood they scored,– | and Future the third.
Laws they made there, and life allotted
To the sons of men, and set their fates.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Wat een geweldig literatuurfestival!

Berlijn – nieuwe inspiratie dank zij Goethe Institut

Twee weken lang mocht ik in Berlijn verblijven, op uitnodiging van het onvolprezen Goethe Institut. Een geweldig inspirerende stad. Hoogtepunten: de tentoonstelling van Martin Honert in het Hamburger Bahnhof Museum für Gegenwart: fotografische beelden uit Honerts denkwereld en verleden, in driedimensionale sculpturen gevat. Verder las ik onder andere dé bestseller van dit voorjaar in Duitsland: Er ist wieder da van Timur Vermes, over de terugkeer van Hitler in Kreuzberg. Hier de link naar de recensie die ik erover schreef voor De Groene Amsterdammer: http://www.groene.nl/2013/10/het-moet-wel-ironie-zijn.
Voor Boekblad schreef ik een artikel over vier nieuwe, innovatieve boekhandels in Berlijn, waaronder Uslar & Rai in Prenzlauer Berg, hier op de foto. Het nieuwe adagium: zo persoonlijk mogelijk, en héél selectief zijn. Het artikel verschijnt in het aprilnummer van Boekblad.
Voor alle boeken die ik kocht of kreeg van bevriende uitgevers moest ik een extra tas aanschaffen; het weggeven van een e-book aan het einde van een gesprek of dinertje is toch nog te ingewikkeld. Hoe lang zal het duren voordat dat gewoon wordt? Intussen kan ik van de mooie omslagen, de fraaie druk- en bindwijze en lekkere papiergeur van de Duitse hardcovers intens genieten…

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Berlijn – nieuwe inspiratie dank zij Goethe Institut

Passaporta festival: over de droom van het hiernamaals en over vulkanen

De hemel volgens Francesco Botticini

De hemel volgens Francesco Botticini

Op het literatuurfestival Passaporta in Brussel presenteer ik op zondag 24 maart om 12.30 in het Paleis van Schone Kunsten BOZAR een bijzonder gesprek tussen de Roemeense schrijver Mircea Cartarescu en de Vlaamse schrijver Erwin Mortier. Onderwerpen: de romans De trofee (Cartarescu) en Godenslaap (Mortier) en de wijze waarop beide schrijvers zich God en de hemel voorstellen. ‘Verbeelding’ is het overall thema van het festival, en zal ook ter sprake komen in het tweede gesprek dat ik die zondag modereer: met de IJslandse schrijvers Auður Ava Ólafsdóttir en Sjón (tekstschrijver voor o.a. Björk en Lars von Trier) over de invloed van het onherbergzame IJslandse landschap, oude saga’s en het opgroeien in een kleine gemeenschap.
Voor alle informatie en toegangskaartjes: http://www.passaporta.be

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Passaporta festival: over de droom van het hiernamaals en over vulkanen

Dat is literatuur: je vader na zijn dood naar zee brengen

Mijn laatste column in FILTER, het onvolprezen tijdschrift over vertalen:

Allemaal naar Mongolië (of Polen)

Laatst sprak ik een festivaldirecteur die zijn festival met éénderde moest inkrimpen, en ook collega’s moest ontslaan, door alle bezuinigingen van de overheid op kunst en cultuur. Hij was eerst verdrietig en boos geweest, daarna verontwaardigd dat de Nederlandse bevolking niet veel meer protesteerde tegen de bezuinigingen op cultuur, toen berustend. En nu was hij optimistisch! Hij had een reis gemaakt naar Mongolië, voor zijn werk, en zei dat hij het cynisme dat de Nederlandse kunstwereld zo kenmerkt helemaal van zich af had geschud.
Dát kan dus kennelijk met je gebeuren als je buiten de grenzen gaat. Niet overal, want uit ervaring weet ik dat je cynisme ook zo maar vergroot kan worden door een reis naar London of New York, waar de uitgevers in dure kantoren zitten, met portiers bij wie je je paspoort moet laten zien, en redacteuren die een jaar later ontslagen kunnen zijn omdat ze hun omzetdoelstelling niet haalden.
Wat is cynisme in de kunst? Misschien wel het hele idee dat het geld op moet brengen. Dat kunst een wedstrijd is in fondsen werven, bezoekersaantallen opschroeven, marketingstunts bedenken. Dat het een aftroeven is van andere kunstinstellingen. Als je in Nederland de kunstinstellingen en festivaldirecties over elkaar hoort praten, en nu spreek ik óók uit ervaring, dan schrik je van de wijze waarop ze elkaar de maat nemen. Ook dát is cynisme.
Ik ontmoette een vroegere docent van mij aan de universiteit, ik noem hem even X, die zich na vijfentwintig jaar nog steeds op dezelfde manier afzette tegen zijn collega’s: de ene zou lelijk over hem geschreven hebben in de krant om met hem af te rekenen, de ander zou jaloers geweest zijn omdat X ook romans publiceerde, de derde zou hem zijn neveninkomsten als tekstschrijver voor politici benijden.
Ik zei tegen hem: jullie zijn van een generatie die elkaar voortdurend de maat nam. Hij keek me aan en zei: ja, zó was het, ze namen mij voortdurend de maat.

In Boedapest bezocht ik enkele jaren geleden de directrice van een kleine uitgeverij, die graag Nederlandse boeken wilde uitgeven. Ze gaf alleen maar boeken van joodse schrijvers uit, wat haar actieradius natuurlijk meteen al flink verkleinde, en de hele uitgeverij bleek dan ook te bestaan uit haar en haar dochter: twee hartelijke, levendige en vrolijke vrouwen, die op een achterkamer in een huizenblok in een middenstandsbuurt mooie, maar vaak verdrietige literatuur uitbrachten.
Het was me in Boedapest al eens overkomen dat ik een uitgever feliciteerde met de Nobelprijs voor de Literatuur – ik was meteen na de Boekenbeurs in Frankfurt naar Boedapest gereisd en dacht dat de Hongaarse uitgeverijen garen zouden spinnen bij een Hongaarse winnaar. De man keek me glazig aan en zei toen: Imre Kertész is geen Hongaar, hij is een jood. Ik viel bijna van mijn stoel.
Dát was dus het klimaat waarin deze vrouw en haar dochter hun boeken aan de boekhandels en lezers probeerde te slijten. Dat ging er heel letterlijk aan toe. Na het levendige gesprek met haar vroeg ze waar ik naartoe moest; ik had een afspraak aan de andere kant van de stad. Ik breng je wel! riep ze.
In haar piepkleine auto moesten eerst achterbak en achterbank volgepropt worden met dozen met boeken. We moesten even een pitstop maken onderweg, lachte ze me toe. Dat bleek te zijn bij de belangrijkste boekhandel van Boedapest. Met vereende krachten sleepten we de dozen boeken naar binnen. Het was nog een heel gedoe, want sommige dozen waren voor de concurrent bedoeld, een paar straten verderop. Na de levering leverde ze mij af bij mijn volgende afspraak, breed wuivend vanachter haar beregende voorruit. Dat is ook kunst.

Wat moet je nou met al je Nederlandse cynisme, in Mongolië, of zelfs al in Hongarije? Hoe doet Grunberg dat toch, zo ironisch blijven? Het is juist daar, op reis — of je die reis nu in het echt maakt, of zoals Jules Verne in je stoel — dat je het cynisme van je af kunt stropen. En kunt ervaren waar het in de kunst ook alweer om ging.
Op een poëziefestival waar ik laatst was bleken bijna alle deelnemers, toevallig, een gedicht over de dood van hun vader voor te lezen. De mooiste was van de introverte Pool Jarosław Mikołajewski, uitgegeven door AzulPress en vertaald door Karol Lesman.
De eerste twee strofen van Het luchtbed luiden:

Vader blies het elke zomer voor ons op.
Het is dertig jaar oud, misschien wel ouder.
Uit de spleten sijpelt nog altijd zand.
In de verdikkingen ademt nog de lucht uit zijn longen.

Zolang ik het niet wegdoe, zolang de ratten het niet stukbijten,
kan mijn vader naar zee.

En P.F. Thomése, die vooral geroemd wordt om zijn door-en-door ironische toon, vertelde laatst in een interview dat hij nu een roman schrijft ‘over afwezigheid’ en over de dood van zijn vader. ‘De dood, in sacrale zin, heeft niets aan ironie. Ja, een begrafenis kun je ironisch beschrijven. Maar de dood zelf, dat gat in je leven, dat zich niet in iedereen weer sluit, verdraagt geen ironie. Ik zoek toch waarachtigheid.’
Waarachtigheid. Dat is literatuur. Dat is kunst: je vader na zijn dood naar zee brengen.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Dat is literatuur: je vader na zijn dood naar zee brengen

Interviews met Maxim Februari en Nir Baram

de maakbare manDeze vrijdag in De Standaard: een interview met Maxim Februari over De maakbare man, waarin hij zijn transformatie van vrouw naar man beschrijft. En op 8 maart in De Standaard een interview met de Israëlische schrijver Nir Baram, over zijn roman Goede mensen. In het zomernummer van het tijdschrift De Nieuwe Liefde komt een uitgebreider interview met Baram over de huidige situatie in Israël. Dat wordt een tweeluik met het eerder verschenen interview met
David Grossman.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Interviews met Maxim Februari en Nir Baram

Drie must-reads van Amos Oz

Een verhaal van liefde en duisternis, Oz’ grote autobiografische roman, is een overrompelend portret van zijn vader en diens romantische, groot-zionistische droom, een rouwboek over zijn moeder die zelfmoord pleegde, en een boek over de dromen en desillusies van Israël. Oz beschrijft de emigratiegolven van 1919 en 1933, en de gemiste kans in 1947/48 voor een tweestaten-oplossing. Een roman over een land ‘waar iedereen praatte en niemand luisterde’, vermomd als een familiegeschiedenis, waarin alle kiemen en sporen te vinden zijn van Oz’ oeuvre.

Onder vrienden speelt zich af in een kibboets in de jaren vijftig. In een interview in Ha’aretz zegt Oz zelf dat Onder vrienden gaat over ‘eenzaamheid, in een gemeenschap waar naar eigen zeggen geen plaats is voor eenzaamheid’. Op een mooie, bedachtzame toon vertelt hij vol heimwee over de tijd waarin de mensen in Israël nog onverstoorbaar optimistisch konden zijn.

Amos OzVoor iedereen die Jeruzalem wil bezoeken, is de Jeruzalem Trilogie een aanrader. Het bevat drie vroege boeken van Amos Oz. Mijn Michaël, geschreven vlak voordat de Zesdaagse Oorlog (1967) uitbrak, gaat over een vrouw die gekweld wordt door depressies, en die een romantisch verlangen koestert naar haar literaire helden. In De Heuvel van de Boze Raad beschrijft Oz de drukke Oost-Europese immigrantenwijk Kerem Avraham waar hij werd geboren, en waar joden en Arabieren samenleefden zonder elkaar het leven zuur te maken. En De derde toestand is een humoristisch portret van de typische betweter: een man die denkt alles beter te weten dan de Israëlische regering.

Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Drie must-reads van Amos Oz